Kritische punten op een varkensbedrijf: Dagelijkse handelingen

KRAAMSTAL

Ten laatste op dag 110 van de dracht, vijf dagen voor het werpen, worden de zeugen binnengebracht in de kraamafdeling.

  • Om goede, sterke biggen met voldoende weerstand te verkrijgen, is het zeer belangrijk dat elke big voldoende biestmelk kan opnemen (eerste melk van de zeug). Biestmelk bevat hoge concentraties aan afweerstoffen die biggen tijdens de eerste levensweken tegen infecties beschermen. Zo hebben deze dieren de tijd om hun eigen afweersysteem op te bouwen. De darmwand van een pasgeboren big is enkel tijdens de eerste dag doorlaatbaar voor grote eiwitmoleculen (immunoglobulinen of afweerstoffen). Het is dus raadzaam erover te waken dat elke big voldoende biest opneemt de eerste 24 levensuren. In deze periode worden dan ook beter geen biggen verlegd.

  • Het verleggen van biggen gebeurt best tussen 24 en 48 uren na werpen. Beperk het verleggen van biggen tot het absolute minimum.

  • Reinig en desinfecteer al het gebruikte materiaal om de biggen te behandelen grondig na ieder gebruik. Biggen met diarree of andere gezondheidsproblemen kunnen beter als laatste behandeld worden.

 

SPENEN VAN DE BIGGEN

Biggen mogen gespeend worden vanaf de leeftijd van 21 dagen en ze moeten ondergebracht worden in een volledig schoon en ontsmet hok.

De speenperiode is een zeer moeilijke tijd voor de jonge biggen:

  • De biggen worden van de zeug weggenomen waardoor de maternale immuniteit daalt en hun eigen, actieve immuniteit is op dit moment nog niet volledig ontwikkeld is. 

  • De biggen worden in een compleet nieuwe omgeving geplaatst.

  • Biggen van verschillende tomen worden vaak gemengd.

  • De dieren zullen vechten voor hun plaatsje in de groep wat zorgt voor extra stress.

  • Algemene stress

  • Verandering van melk naar vast voeder kan een grote invloed hebben op de intestinale gezondheid van de biggen. 

     

  • --> Gevaarlijke periode voor diarree of andere gezondheidsproblemen

 

BIGGENBATTERIJ

Gespeende biggen hebben de laagste immuniteit van alle aanwezige dieren op het bedrijf en zijn daardoor extra gevoelig aan eventuele infecties. 

Het is zeer belangrijk om:

  • het mengen van biggen van andere tomen tot een minimum te beperken

  • een goede hygiëne te handhaven in de biggenbatterij

  • de biggen te huisvesten in droge, propere en ontsmette hokken

  • een all-in / all-out systeem strikt toe te passen

  • de juiste temperatuur te vast te leggen op het moment dat de biggen voor het eerst binnenkomen in de biggenbatterij: +/- 28°

  • de lichten aan te laten tijdens de eerste dagen 

  • elke dag vers voeder te geven

  • volledig gesloten scheidingen te plaatsen tussen de verschillende biggenhokken om zo transmissie van ziektekiemen deels te voorkomen

 

DEKSTAL

De zeugen moeten in de dekstal aankomen in goede conditie. Dit geldt zowel voor gelten als voor zeugen. Zowel te magere als te vette zeugen zullen problemen krijgen om in bronst te komen en om een goeie ovulatie te bekomen.  Zeugen worden normaal 4 tot 6 dagen na het spenen bronstig.

Dit wordt gestimuleerd door:

  • voldoende intensief licht in de dektstal

  • de zeugen te ‘flushen’ met een dekvoer of met een lactatievoer

  • de zoekbeer te laten voorlopen

  • optimale stareflex

 

Kunstmatige inseminatie geniet de voorkeur:

  • meer arbeidsefficiënt

  • homogeniteit van de tomen

  • reductie van ziekteoverdracht

Zorg voor een propere dekomgeving zodat de overdracht van ziektekiemen minimaal is.

 

DRACHTSTAL

Als de zeugen drachtig blijken na het scannen, worden ze ten laatste 4 weken na inseminatie naar de drachtstal verhuisd. De drachtperiode bij de zeug duurt gemiddeld zo’n 115 dagen. Ze verblijven dus ongeveer twee en een halve maand in de drachtstal.

Belangrijk:

  • Hou zeer goed in de gaten of alle zeugen wel dagelijks eten.

  • Stel voldoende water ter beschikking voor alle dieren.

  • Gun de zeugen zoveel mogelijk rust, stresssituaties worden ook hier best vermeden.

  • Corrigeer de conditie van de zeugen zodat een homogene groep zeugen in de kraamstal gebracht kan worden.

  • Controleer nauwkeurig op abortussen en bronst (en beperk zo het aantal extra dagen).

Ongeveer één week (3 tot 5 dagen) voor de verwachte werpdatum verhuizen de zeugen naar de kraamafdeling. De transfer naar de schoongemaakte en ontsmette kraamhokken is een cruciale fase in de ziektebeheersing op een varkensbedrijf. 

Voor de zeugen naar het kraamhok vertrekken, wordt aangeraden om ze te wassen. Dit reduceert de infectiedruk bij de zeug en voorkomt kruisbesmetting van de zeug naar de pasgeboren biggen.

 

Protocol voor het wassen van de zeugen:

  • Maak de dieren nat met lauw water

  • Breng desinfecterende zeugenshampoo aan op de zeug (sprayen of schuimen)

  • Laat de shampoo inweken

  • Spoel daarna de zeug opnieuw met lauw water

  • Ontsmet de zeug nadien in het kraamhok

 

OPFOKSTAL

Een afzonderlijk stal om jonge opfokzeugen vanaf 25 kg te huisvesten is absoluut noodzakelijk. Er wordt heel veel aandacht besteed aan de gezondheid van de dieren. Qua stalinrichting en klimaat is deze gelijkaardig aan de vleesvarkensstal, maar de beschikbare ruimte per dier is hier groter. Een eerste selectie gebeurt op 25 kg, de finale en grondige selectie op 100 kg. Bij opfok op het eigen bedrijf kunnen de dieren gevaccineerd worden in de opfokstal.

VLEESVARKENSSTAL

De biggen worden ondergebracht in een droge, propere en voldoende warme stal. Het opvullen van de stal verloopt best zo veel mogelijk volgens het all-in / all-out principe. De eerste dagen na opzet worden de lichten aangelaten zodat de biggen zich vlug kunnen aanpassen aan de nieuwe omgeving. De temperatuur is liefst iets hoger dan op het einde van de batterijperiode. Vanuit hygiënisch oogpunt geniet volrooster de voorkeur. Het is logisch dat overdracht van de in de mest uitgescheiden pathogenen hoger is als er meer mest aanwezig is in de hokken (bijvoorbeeld met volle vloer).

QUARANTAINESTAL

Nieuwe dieren die op het bedrijf aangevoerd worden, moeten bepaalde tijd in quarantaine gehouden worden. Dit zorgt ervoor dat de dieren gedurende een bepaalde tijd volledig afgezonderd worden van alle andere dieren op het bedrijf.

Dit is belangrijk in een goede quarantainestal:

  • all-in / all-out principe

  • de verzorging en controle van de dieren in de quarantaine moet strikt gepland worden

  • zorg voor afzonderlijke bedrijfskledij en schoeisel

  • de minimale duur van een quarantaineperiode is 4 weken

  • reinig en ontsmet grondig de quarantainestallen vooraleer nieuwe dieren worden binnengebracht